Yijing & Tai Chi

Ik doe nog maar net aan Tai Chi of ik wordt al tot ervaringsdeskundige gebombardeerd op het gebied van Tai Chi & Yijing. Twintig jaar Yijing (YJ) en één maand Tai Chi (TC) schijnt gezien te worden als een evenwichtige combinatie van waaruit ik al gefundeerde uitspraken zou kunnen doen. Afgezien van het feit dat mijn TC loopbaan nog veel te pril is om op dit terrein ook maar van enige ervaring te kunnen spreken, is dit een onderwerp waar vele meningen over zijn, en ik betwijfel of mijn mening daar ook maar iets zinnigs aan toevoegt. Ook mijn leraar Roel Jansen heeft zijn standpunt hierover al eens geventileerd in het oude Yijing-forum van deze site, wat op zijn zachtst gezegd leidde tot een scherpe woordenwisseling tussen hem en een TC-beoefenaar. Ik voel er weinig voor om daar ook in te verzanden, maar om verdere vragen op dit terrein voor te zijn volgt hierbij mijn visie.

Waar hebben we het over?
Om goed te kunnen kijken naar onderlinge verbanden tussen TC en YJ moeten we wel weten wat beide precies inhouden. Wat TC betreft verwijs ik graag door naar de site van mijn leraar. Wat YJ betreft kan ik het zelf wel invullen: De Yijing bevat hexagrammen met begeleidende tekst, aangevuld met latere commentaren (de Tien Vleugels). Méér is de Yijing niet. Als er verbanden moeten worden gelegd tussen iets en de Yijing, dan zal het verband op zijn minst naar één van deze onderdelen moeten wijzen.

Hoe zit dat dan met een dergelijk boekje als T’ai Chi Ch’uan and I Ching van Da Liu?
Leuk boekje waarin TC-bewegingen worden gekoppeld aan een selectie van hexagrammen. Maar de selectie is zeer subjectief en bevat geen historische grond, het is hooguit de persoonlijke visie van Da Liu. Daarnaast zijn er bij TC zoveel stromingen, dat iedere leraar andere hexagrammen zal gebruiken – zie de andere lectuur die TC en YJ uitdiept. Alleen dat al maakt een link tussen TC in het algemeen en YJ discutabel. Opmerkelijk is ook dat van de 105 pagina’s die het boekje beslaan, er maar 23 gaan over de link tussen TC en de hexagrammen.

En de acht trigrammen dan?
Vaak wordt er een verband genoemd tussen de acht trigrammen en TC. Echter, de acht trigrammen zijn niet meer dan bouwstenen van het huis Yijing, ze zijn niet de Yijing zelf. Net zoals je een hoopje bakstenen nog geen huis kan noemen, zo kan je de acht trigrammen nog geen Yijing noemen. De acht trigrammen worden in China, net als de Vijf Elementen/Fasen al eeuwenlang ge- en misbruikt om mystieke tintjes te geven aan bepaalde kunsten. Als je vond dat je zelf bedachte (krijgs-)kunst een daoïstisch sausje nodig had, dan rammelde je met de acht trigrammen en gelijk stond het in hoger aanzien. Dat is typisch Chinees, maar om te zeggen dat je door de acht trigrammen er bij te halen een verband aantoont met de Yijing gaat te ver. Want de acht trigrammen worden niet alleen bij YJ gebruikt, maar ook bij bijvoorbeeld Feng Shui en Chinese astrologie. En deze hebben ook weinig verband met YJ.

Is er dan geen énkel verband tussen TC en YJ?
Jazeker wel, beide maken gebruik van dezelfde principes. Maar die principes zijn niet van de Yijing, ze zijn hooguit ‘Yijingistisch’ te noemen. Beter is het ze ‘Chinees’ te noemen, want je vind de principes terug in elke facet van de Chinese filosofie. Ze zijn uitgebeeld in het o zo misbruikte yin-yang symbool. TC en YJ hebben in ieder geval gemeen: het belang van meegaan met veranderingen, zoals dat door dat symbool wordt uitgebeeld. Dat symbool zegt tevens ‘wat teveel is slaat om in zijn tegendeel’, en ook dat vind je terug in TC en YJ. Maar hoewel deze principes wel een brug slaan, betekent het niet dat je YJ terugvindt in TC en andersom. En zeggen dat TC is gebaseerd op YJ is al helemaal nonsens waar geen historische onderbouwing voor te vinden is.

Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat het heel leerzaam kan zijn om te zoeken naar het verband tussen TC en YJ, als het je interesseert moet je dat zeker doen. Maar zoals de schrijver André Gide ooit zei: “Believe those who are seeking the truth. Doubt those who find it”.

Leef zuinig, wordt bi!

(Deze column heeft eerder, in iets gewijzigde vorm, gestaan in het blad Genoeg dec. 1998.)

‘Consuminderen’ is een relatief nieuw werkwoord, en je beoefent het als je doelbewuster, en met beleid, met je uitgaven omspringt. Nu de Aziatische crisis in volle hevigheid aan de gang is, worden ze daar ook met hun neuzen op het consuminderen gedrukt. Ze hebben in China nog geen woord voor consuminderen uitgevonden, maar ze kennen daar wel een gezegde dat goed weergeeft wat je door consuminderen kan bereiken: ‘spaarzaamheid betekent onafhankelijkheid’. Als het om spaarzaamheid gaat zeggen ze in Japan zelfs ‘Zoek voor jezelf een spaarzame vrouw, al moest je daarbij een paar schoenen verslijten’. Waarmee maar weer wordt aangegeven dat ook in Japan de vrouwen over het algemeen geacht worden een gat in de hand te hebben. Maar het voordeel van consuminderen wordt dus wel gezien.

Nu was li, ‘voordeel’, vroeger een beetje een vies woord in China. Toen een oude koning eens aan Mencius vroeg welk voordeel hij had aan het bezoek van deze oude wijsgeer, mopperde Mencius waarom de koning het nou weer zo nodig over voordeel moest hebben. Als hij al meteen aan voordeel dacht, wat zou er dan wel niet met zijn land gebeuren als zijn onderdanen dat ook eens gingen doen? Voor je het weet is iedereen elkaar aan het bestelen om maar voordeel te behalen. Het jagen op persoonlijk voordeel mag niet het streven zijn van je optreden, vond Mencius.

Maar, vroeg ik mezelf af, als voordeel niet een goede motivatie is voor je handelen, en dus ook niet voor consuminderen, wat is het dan wel? Het leek mee een aardige vraag om aan de Yijing voor te leggen. Ik vroeg aan de Yijing ‘Wat is je visie op consuminderen?’ en het boek wees me op hoofdstuk 8, ‘Samenwerken’. Eigenlijk had ik verwacht hoofdstuk 41, ‘Vermindering’, of 60, ‘Beperking’ als antwoord te krijgen, maar nee, volgens het oude Chinese boek draait consuminderen om samenwerken. Daar zit wat in. Wie spaarzaamheid wil betrachten zonder hulp en steun van anderen, krijgt het moeilijk, want minder uitgeven betekent vaak meer delen, hoe tegenstrijdig dit wellicht ook klinkt. Het is een Chinees principe: wat je zaait, zul je ook oogsten. Die wisselwerking heb je nodig, als je zuinig wilt leven zonder gierig te zijn. Consuminderen is iets anders dan minder geld uitgeven door je af te zonderen. Consuminderen vereist coöperatie.

Het Chinese woord voor samenwerking is bi. Wie bi is, weet blijkbaar wat samenwerken is. Maar de Yijing auteur Alfred Huang zegt over bi: Vroeger was een bi de eenheid van het Chinese huishoudregistratiesysteem. Een groep van vijf huishoudens vormde een eenheid, een bi, en binnen elke bi werd een hoofd aangewezen die de verantwoording droeg voor het reilen en zeilen in de omgeving. Een bi symboliseert hiermee de hechte band tussen mensen in een gemeenschap. Een bi is de voorganger van wat later de gongshe zou worden, de commune, waarbinnen hele dorpen vallen onder een centraal bestuur, dat de dagelijkse gang van zaken tot in detail bepaalt.

Dat het model van de commune achterhaald is, is niets nieuws. Maar het idee voor samenwerking begint bij consuminderende Westerlingen wel steeds meer door te dringen, kijk bijvoorbeeld maar eens naar het Lets-systeem of soortgelijke initiatieven. Hierdoor leer je dat spaarzaamheid ook léuk kan zijn, en meer oplevert dan winst alleen. Met de leukigheid moet je trouwens wel een beetje oppassen. Want, zoals de Chinezen zeggen, ‘het brengt weinig winst als men gaat slapen om de kaars te sparen, wanneer men daardoor tweelingen verwekt”.